Monthly Archives: May 2015

Terugkeer naar aristocratie

aristocracy

Door de geschiedenis heen is er altijd een kleine elite geweest die over de grote massa heeft geheerst. Een bovenklasse. Vandaag de dag worden we uitgebreid gehersenspoeld met de mythe van de maakbare mens en daarmee de inherente oneerlijkheid van de bovenklasse. “Waarom zouden die hoge bonzen alle macht hebben? Ze hebben geen enkel recht op hun positie behalve dan dat ze erin geboren zijn!”

Klopt. Alleen maakt de familie waarin je geboren bent al het verschil.

Als we de mens strippen van de maakbaarheidsmythe dan blijft een biologische machine over. Deze machine is gemaakt en wordt aangestuurd door diens genen. Gegeneraliseerd: sommige machines zijn geschikt om te werken. Anderen om te denken. Sommigen zijn geschikt om te volgen, anderen om te leiden.

In de overgang van -relatief- egalitaire stammen naar complexere agriculturele samenlevingen vond een gigantische schift plaats: niet langer was de mens een slaaf van zijn omgeving, de mens werd Meester van zijn omgeving! We temden dieren! Oogstten velden aan voedsel! Smolten wapens! Bouwden huizen! Kortom, een gigantische accumulatie van macht vond plaats. Macht bestaat echter zelden in een vacuüm: het wordt opgeëist door mensen.

Nu kan macht op meerdere manieren worden gebruikt. Mensen kunnen het misbruiken en op deze manier chaos teweeg brengen, of ze kunnen goed gebruiken en een stabiele samenleving bouwen voor een groep van meer dan 150 mensen. Evolutie selecteert overwegend op de laatste categorie – instabiele samenlevingen vallen nou eenmaal sneller uit elkaar dan stabiele samenlevingen. In deze stabiele samenlevingen zien we zodoende een evolutionaire druk die wordt uitgeoefend op de machtsgebruikers, namelijk om de stabiliteit te waarborgen in een aldoor complexer wordende omgeving.

Deze groep vormt de aristocratie.

De aristocratie is biologisch anders dan de lagere sociale klassen. Logisch, want aan de lagere klassen worden andere eisen gesteld. Overleef! Dat is alles. Er rust geen druk op hun schouders om de samenleving draaiende te houden. Het fijne van deze natuurlijke methode is dat beide groepen hun zin krijgen: de lagere sociale klasse heeft een stabiele omgeving om in te leven en de aristocratie ontvangt de status om die stabiele omgeving te onderhouden.

Deze fragiele balans wordt vandaag de dag helaas hardnekkig ontkend! Jij en ik zijn hetzelfde, is het credo. Nee, zeg ik. Als je dit leest, volgt en begrijpt dan hebben we wellicht veel gemeen. Maar voor de overgrote meerderheid van de mensen geldt: jij en ik zijn niet gelijk. Als jij de Telegraaf leest, naar Privé kijkt, meer dan een uur per dag tv kijkt, je volledig identificeert met je voetbalteam of enig ander schaapachtige karaktertrek… Dan hebben jij en ik weinig gemeen.

Nu lees je dit alles en bestaat de mogelijkheid dat je denkt: “arrogante lul, wat probeer je jezelf nou als aristocraat neer te zetten.” Dit is jouw goed recht.

Ik behoor niet tot de formele Nederlandse aristocratie. Nu argumenteer ik dat die ook langzaam uit elkaar valt, dus zo erg is dat niet – kinderen uit oud-geld families worden tenslotte naar progressieve universiteiten gestuurd waar gelijkheid de norm is. Kakkers blijven een natuurlijke status hebben (het succes van het tijdschrift Linda: de Gooische levensstijl verkopen aan meisjes van alle sociale klasses), maar hun arrogantie gaat niet samen met de overtuigingen die hun worden aangeleerd.

In simpele woorden: de witte rijke man wordt aangeleerd zich te schamen voor het feit dat hij wit, rijk en man is.

Daar bouw je geen aristocratie op. Vandaar bij deze mijn oproep: tijd om terug te keren naar een ouderwetse aristocratie. Laat het whisky sippen en sigaren roken maar beginnen!

Liefde, Haat & Onverschilligheid

Love-Hate2

“Hate is not the opposite of love. Indifference is.”

Deze fout wordt zo vaak door zoveel mensen gemaakt dat het een persoonlijke irritatie van mij is geworden. Bij deze schrijf ik deze irritatie van mij af in de hoop dat ik het hierna van mensen accepteer. Of nog beter: dat ik er onverschillig jegens wordt.

Haat ligt in het verlengde spectrum van liefde. Datgene dat je haat heeft een speciale plek in je hart, net zo goed als datgene dat je liefhebt. Niemand is zo makkelijk te haten als een sexy geliefde – vandaar de instinctief zo bekende haat-liefde relatie. Mensen snappen dit echter niet en conflateren haat met onverschilligheid. Urenlang praten ze over datgene wat ze haten – voor mij geen duidelijker teken dan dat ze het object van hun haat heimelijk liefkozen. Denk aan een tiener die tekeer gaat over z’n ouders: ‘ze begrijpen me niet! Ze zijn zulke losers! Ugh, ik haat ze!’ elke seconde die deze tiener besteedt aan het uitweiden over z’n ouderfrustratie is een verder bewijs dat z’n ouders immens belangrijk voor hem zijn. In al z’n acties doemen z’n ouders als een denkbeeldige Mount Rushmore op om te oordelen over zijn acties en hij kan dit niet loslaten. Onze -ongetwijfeld in z’n alternatieve fase zittende- tiener let in alles aandachtig op z’n ouders om vervolgens de tegenovergestelde positie te kiezen. In z’n rebellie waant hij zich onafhankelijk, maar hij is tegen-afhankelijk.

Voor een tiener is dit overigens prima. Er is niks mis met een periode van je leven waarin je naar metal luistert om je zo op micro-niveau af te zetten tegen je ouders (en per extensie het systeem). Alleen groei je daar overheen: je beseft dat in al je haat, afkeer & woede je jezelf compleet afhankelijk jegens je ouders opstelt. Mamma heeft al die tijd een prominente plek in je hart en je wou al die tijd Pappa´s goedkeuring. Als je je echt onafhankelijk had opgesteld, weet je wat je dan had gedaan? Dan was je op jezelf gaan leven en was je compleet onverschillig geweest over je relatie met je ouders. You wouldn’t give a fuck.

Veel volwassenen bereiken dit punt van gezonde onafhankelijkheid echter nooit. In plaats van hun ouders fixeren ze hun mismaakte liefde op een ander object en projecteren hier al hun aandacht (en daarmee zowel hun liefde als hun haat) op.

Neem beroemdheden. Specifiek voorbeeld: Justin Bieber.

justin

Justin Bieber heeft miljoenen fans over de wereld; voornamelijk tienermeisjes. Justin Bieber heeft echter ook haters; voornamelijk mensen die ‘weten hoe ECHTE muziek hoort te klinken’ en boos verkondigen hoe ‘de muziekindustrie ten grond gaat’, hoe ‘Justin een talentloos jochie is’ en tenslotte hoe ‘we het nog niet eens over Nickelback hebben gehad.’

Wat klopt er niet aan dit plaatje?

1. Onze hater heeft Justin Bieber nog nooit ontmoet en zal Justin Bieber naar alle waarschijnlijkheid nooit ontmoeten. Onze hater is een Nederlandse aapmens aan deze kant van de wereld. Justin Bieber is een Canadese aapmens aan de andere kant van de wereld.

2. Justin Bieber is een superster. Supersterrendom heeft zelden te maken met puur talent, meer met geluk, charisma en doorzettingsvermogen. Dit is een historisch waarheid. Onze hater valt hem aan op valse gronden.

Met andere woorden: niet alleen is er geen reden voor onze hater om Justin Bieber af te kraken, hij lijkt überhaupt geen reden te hebben om een emotionele mening over hem te hebben op dezelfde manier dat hij geen emotionele mening over Xin Xi Liu in het dorpje Huaxi heeft (wie? Inderdaad). Onze hater is de tienerjongen in vermomming! Alleen ditmaal focust hij z’n onverwerkte emoties niet op z’n ouders, maar op een artiestenicoon wiens succes hij heimelijk zelf wilt hebben.

De volwassen manier om met elk persoon in je leven om te gaan waar je niks mee hebt?

indifference

Inderdaad, mijn met uitsterven bedreigde pandavriend. Inderdaad.

PS: Een subtielere vorm van de haat/liefde dynamiek is om iemand expres te negeren. Vrouwen spelen dit spelletje graag met de moeilijke mannen in hun leven. onverschilligheid nabootsen is eentje voor de categorie ‘fake it till you make it’. Het moet in je morele straatje passen, maar ik heb er niks op tegen. In de woorden van  Robert Green: ‘Law 36: Disdain what you cannot have.’

Over de natuur van de mens

kratos god of war

Afgelopen week maakte commenter F-pimp een aantal interessante opmerkingen in de post Aan mijn progressieve vriend. Hij ging in op mijn verdediging van het rooms-katholieke geloof:

“Christendom stond aan de basis van alle kettervervolgingen in Europa tijdens de Middeleeuwen. Wellicht geen ”conquests” zoals deze afbeelding aangeeft, maar er waren wel degelijk christelijke massamoorden vanaf het moment dat het zich heeft gemanifesteerd omtrent de derde eeuw. Bloedbruiloft, 80-jarige oorlog, heksenvervolging” 

“’Als dat geloof tekort schiet moet er een ander geloof voor in de plaats komen.’ Ja dus katholicisme mag ook weer de deur uit zou dan t logische gevolg van jouw betoog zijn ;)”
– F-Pimp

Zijn punt is duidelijk: hoezo veroordeel ik de islam en de progressieven terwijl de christenen net zo goed bloed aan hun handen hebben?

Een prima punt wat ik in deze post zal adresseren.

Om F-Pimp’s vraag te beantwoorden reizen we terug naar de 17e eeuw, naar het gedachtegoed van één van de grondleggers van de verlichting: John Locke. Locke zei dat de mens werd geboren als Tabula Rasa – als een ongeschreven blad dat werd volgeschreven door de omgeving. De latere verlichtingsfilosoof Rousseau gooide hier nog een schepje bovenop en zei dat mensen werden gecorrumpeerd door hun omgeving: “De eerste man die een stuk land omheinde zei “dit is van mij” en vond anderen naïef genoeg om hem te geloven. deze man was de stichter van de de burgermaatschappij. Van hoeveel misdaden, oorlogen en moorden, van hoeveel ellende en misfortuin had de mensheid niet gered kunnen worden als niet iemand toen was opgestaan en had gezegd: “pas op en luister niet naar deze bedrieger.”

De verborgen implicatie van zowel Locke als Rousseau is dat de mens helemaal niet kwaadaardig hoeft te zijn: geef de mens een vredelievende opvoeding en de mens zal een vredelievende wereldburger zijn! En aldus was de droom van wereldwijde democratie & vrijheid geboren. En een mooie droom was het. Helaas was het boven alles een droom – de realiteit blijkt toch anders in elkaar te zitten.

“Mother nature is a brutal bitch, red in tooth and claw, who destroys what she creates.”
― Ernest Becker, The Denial of Death

In de eerste plaats slaat Rousseau´s argument van eigendom volledig de plank mis. Al vanaf de dageraad van de mens verdeelden we eigendommen: jouw stam, mijn stam. Jouw eten, mijn eten. Mijn harem, niet jouw harem. Het toevoegen van land aan dit rijtje eigendommen is niks anders dan een logisch gevolg van agricultuur, in tegenstelling tot de radicale verandering in menselijke natuur die Rousseau er van probeert te maken.

Mijn belangrijkste uitgangspunt is als volgt: er is niet zoiets als een 100% vredelievend geloof, om de simpele reden dat er niet zoiets bestaat als de 100% vredelievende mens. De mens is geen tabula rasa. Integendeel, elke baby is voor het overgrote merendeel een beschreven blad. Nature overtroeft nurture. Of, accurater: de mogelijkheden van opvoeding vloeien volledig voort uit onze genetische capaciteit. Probeer een chimpanzee maar wiskunde te leren.

Evolutie is amoreel en genadeloos – de natuur zit propvol voorbeelden van moordlustige dieren die hun klauwen er niet voor omdraaien elkaar te vermoorden als dat hun genetisch uitkomt. De mens vormt hier geenszins een uitzondering op. We moorden, verkrachten, stelen, bedriegen, liegen, bedreigen en intimideren er lustig op los. Geschiedenis wordt geschreven door oorlogen, door veroveraars, door politieke intrige en eindeloze wapenwedlopen.

Freud noemde deze moordlustige instincten onze Thanatos-drift; de doodsdrift. In zijn boek ‘Civilization and its Discontents’ argumenteert hij dat de belangrijkste taak van civilisatie is om deze doodsdrift te beteugelen. Voor het belang van vrede in de samenleving onderdrukt elk individu z’n innerlijke Thanatos. Maar goed, we doen een gedachte-experiment: stel, je bent in een bar. Naast je zit een kale spierbundel van 140 kg (tevens aanvoerder van Hell’s Angels Noord Nederland). Hij is er zojuist achter gekomen dat z’n vriendin vreemd is gegaan met een student die wel wat van jou weg heeft. Hij slaat net z’n 13e bier achterover. Hij voelt een onverklaarbare doch zeer sterke drang om jouw hersens in te slaan met een kettingslot. Waarom zou hij z’n Thanatos op zo’n moment onderdrukken?

Misschien omdat hij niet naar de gevangenis wilt. Maar we gaan er gemakshalve van uit dat deze man voorbij het morele niveau van een kind (beloning/straf) is gegroeid. Wat weerhoudt hem dan nog?

Geloof.

Geloof is het antwoord. Geloof is wat deze man potentieel tegenhoudt, en geloof in de breedste zin van het woord is wat een samenleving bij elkaar houdt. Onze gedupeerde vriend moet geloven dat het slecht is om zijn woede op jou bot te vieren. Hij moet geloven in iets groters dan zijn agressieve frustratie van het moment. We zouden kunnen zeggen:
(1) zijn geloof moet het gebruik van geweld moreel afkeuren
(2) hij moet in moeilijke situaties genoeg waarde hechten aan zijn geloof om er trouw aan te blijven

Nu zal hij zoals elk mens altijd beschikken over zijn doodsdrift. Punt (2) zal dus zijn leven lang een uitdaging blijven. Maar het blussen van doodsdriften hoeft niet 100% van de tijd goed te gaan. Als het maar vaak genoeg goed gaat. Daar zit dus de kracht van geloof in.

Om nu dus de vraag van F-Pimp te beantwoorden: civilisatie heeft een geloof nodig om de donkere kant van de mens in toom te houden. Heel grofweg geldt: (1) dit geloof moet het gebruik van geweld moreel afkeuren en (2) voldoende mensen moeten in moeilijke situaties trouw kunnen blijven aan dit geloof.

Katholicisme voldoet aan zowel punt (1) als punt (2).
Islam faalt op punt (1).
Progressivisme faalt op punt (2).

Ja, er zit bloed aan de handen van katholieken. Maar er zit bloed aan de handen van alle mensen (mooi voorbeeld: concentratiekampen gebouwd door buddhisten). Thanatos is in de hand te houden, maar kan nooit geheel verdwijnen. Het beste wat ik er van kan maken is dat het bloed aan katholieke handen slechts een beker vol is in vergelijking met het bloedbad van de huidige alternatieven.

Alfa weduwes

pining girl

“Man’s love is of man’s life a thing apart,
‘Tis woman’s whole existence.”
– Lord Byron

“Five minutes of alpha — even worse, five minutes of alpha rejection — can fuck with the heads of even the most desirable women. And continue fucking with them years later. In comparison — if the reports are to be believed — women who divorce beta schlubs after years of marriage pretty much forget them before the ink is dry on the papers.”
– Roissy

Vrouwen verdelen mannen in grofweg 2 categorieën: mannen met wie ze seks willen en mannen met wie ze dat niet willen. Alfas & betas. Voor beide groepen mannen hebben vrouwen andere gedragspatronen. Een vrouw wil een alfa instinctief tevreden houden. Ze zal haar hele realiteit hier omheen inrichten, wat in het extreme leidt tot: “wat dat blauwe oog? Nee ik had dat verdiend, je snapt het niet!”. Bij betas daarentegen zal haar instinctieve reactie voornamelijk één van onverschilligheid zijn. In het extreme: “Oh hebben we een jaar in dezelfde klas gezeten? Naast elkaar?? Nee sorry rinkelt niet echt een belletje…”

Betas zijn onzichtbaar, alfas vullen haar liefdesleven. Het concept van Alfa weduwes neemt de impact van deze dynamiek tot z’n logische conclusie.

Een relatie waarin de vrouw de rotsvaste dominantie van een bonafide alfa heeft gevoeld is een verslavende rush. Alle fantasieën uit haar erotische boekjes manifesteren zich in die man. De seks is nog nooit zo goed geweest. Ze wíl hem. Allerlei dingen doen haar aan hem denken. Het maakt haar niet uit wat anderen ervan vinden. Ze voelt alles tegelijk bij hem. Met andere woorden: één badboy laat in haar hoofd een imprint achter voor de rest van haar leven. Al haar toekomstige dates worden getoetst aan de blauwdruk die ze heeft ervaren. Dat geeft 2 grote problemen:

1. De natuur van alfas is dat ze onafhankelijk zijn. Ze hebben net zo makkelijk weer een nieuwe vrouw. In onze hedendaagse cultuur van vrijblijvende relaties is dat een recept voor de ene na de andere pump-en-dump. Alfas zijn hartenbrekers. Fabrikanten van tissues & Ben-n-Jerrys doen goede zaken.

2. Er zijn veel meer betas dan alfas (20/80 is een redelijke schatting). Een beta heeft het op zichzelf al zwaar genoeg in een relatie, maar als hij ook nog eens moet opboksen tegen de sluimerende geest van haar drugsdealer ex-vriendje? De harde waarheid is dat hij dat niet kan. Hun seksleven zal eronder lijden en zij zal onverklaarbaar veel avonden hoofdpijn hebben.

Alfa weduwes blijven mij door de jaren heen boeien, voornamelijk omdat de vrouwen om mij heen het keer op keer lijken te bevestigen. Alfa weduwes houden altijd een communicatielijn met hun alfa open, al hebben ze hem al jaren niet gesproken. De andere reactie is trouwens ook mogelijk: dat ze expliciet al het contact met hun alfa verbreken omdat hun hart is gebroken. Maar zijn geest zal altijd bij haar blijven…

Dit leidt tot een interessante gedachte voor mannen in de Game scene. Mensen uit die tijd herinneren zich vast nog wel Mystery´s uitspraak: “always leave a girl better than you found her.” Als je met echt goede game alleen maar alfa weduwes achterlaat – waar slaat die uitspraak dan op? Nergens. Mystery zoog het -verrassend!- uit z’n duim. Veel accurater is: “all is fair in love and war.” Het leven is oneerlijk.

Megalomanie

jafar gif

Iets in mijn persoonlijkheid is megalomaan. Sta me toe deze donkere kant van mezelf af te schrijven.

“Ik ben slimmer dan de mensen in mijn omgeving” is de kern van deze megalomane pit. Of “waarom is iedereen zo dom?” Of doodeenvoudig: “zucht.” Het is op deze momenten fijn als mijn omgeving mij ongelijk bewijst. Godzijdank gebeurt dit zat en wordt ik weer eens geconfronteerd met situaties waarin ik niet zo slim ben als ik denk dat ik ben. Dit is fijn. Het houdt mij met beide benen op de grond.

Maar waar dagelijkse bezigheden me constant scherp houden, slaat mijn megalomanie vooral op het Grote plaatje. Niks in het Grote plaatje kan mij nog verrassen. Ik ZIE het Grote plaatje. Ik kan alles met elkaar verbinden. Moraliteit, filosofie, geschiedenis, psychologie, sociologie, profeten, religies, wetenschap, economie, oorlog etcetera etcetera etcetera. Er zit een grondige logica achter waarvan de basis te begrijpen is. Ik begrijp de basis van de menselijke conditie.

Ik snap de problemen van de 21e-eeuw Westerse samenleving. Ik snap hoe we in een matrix ingeplugd zitten, ik snap de verwarring van de jongeren, de disconnectie van de ouderen, de leugens van de universiteiten, van de politiek en de media. Ik snap hoe we met z’n allen dit systeem intact houden en hoe onmogelijk het is daar verandering in te brengen. Ja, ik ben daar niet in m’n eentje op gekomen: ik heb het geluk gehad andere schrijvers te lezen die meestal slimmer waren dan ik. Maar niemand in mijn directe omgeving heeft me het Grote plaatje ooit verteld, of ook maar in de richting gewezen. Ik ben er zelf achter gekomen. Slechts één vriend heeft mij op zijn manier erg geholpen. Props naar hem.

Behalve dat kan niemand in mijn omgeving me echt volgen. Ik loop 10 obscure boeken en 100 verborgen internet-essays op ze voor. De meeste mensen lopen daarbovenop ook nog eens een heel leven aan sociale hersenspoeling achter. De verschillen zijn meestal te groot om te overbruggen. Jammer, want de basisprincipes van het Grote plaatje zijn helemaal niet zo moeilijk te begrijpen. Geef mij een collegezaal met studenten en ik leb ze in een semester alle ins en outs uit. Ik vertel ze over de leugens van deze era, over de grenzen van de werkelijkheid en over de noodzaak van geloof, over de betekenis van het leven. Ik laat ze opnieuw kennis maken met God.

Ik voel me dan letterlijk als Jafar de Geest.

Goed. Dit alles zit aan het einde van de dag natuurlijk alleen maar in mijn hoofd. Het betekent geen fuck. Een idee is een elektrische lading in je hoofd; ik blijf een aapje dat zijn gedachten op een toetsenbord ramt. Uiteindelijk is dit dan ook het beste medicijn voor mijn megalomanie. Ik ben op geen enkele manier specialer dan andere mensen: ik besta net zo zeer uit een zak organen, ik heb net zo goed een ego, ik ga net zo hard dood.

Om het te zeggen in de woorden van die vriend toen ik hem het Grote plaatje een keer uitlegde: “Mooi man. En nu?”